Vrouw op een Autobeurs

Deze column schreef ik een paar jaar geleden en heeft heel wat stof doen opwaaien onder een aantal, eh, collega’s. Ik werd er tenminste deze week wederom op aangesproken. Dus wil hem jullie niet onthouden. Veel leesplezier! 😉 

Vrouw op een Autobeurs

Een paar jaar geleden stapte ik voor het eerst in de wereld die ‘autojournalist’ heet. Het was tijdens de persdag van de Salon van Parijs. Het eerste wat me daar opviel was een man die ‘n boodschappentrolley achter zich aan sleurde. ‘Straks zien we er een met een looprekje,’ grapte ik nog tegen mijn metgezel. Het was dus even slikken toen er ineens uit alle hoeken en gaten betrolleyde autojournalisten kwamen. Zelfs een zeer bekende Nederlandse redacteur, tegen wie ik stiekem een beetje opkeek, liep er ongegeneerd mee rond. Bij navraag bekende hij, besmuikt achter zijn oor krabbend, dat zulks handig is om vergaarde persmappen in op te bergen. Hij wist er nog bij te vertellen dat ze er, mocht het geloop over de beurs je opbreken, ook verkrijgbaar zijn met uitklapbare zitting! Het voetstuk waarop ik hem had gezet brokkelde ter plekke af…

Wordt de Huishoudbeurs wel eens vergeleken met een kippenhok, ook de hanen weten van pikorde. Rond de Ferrari-stand hing een hekwerkje van lijnen en toen ik daar argeloos overheen stapte voor een nader kijkje werd ik tegen gehouden door twee uitsmijterachtige types. Wie ik was en wat ik kwam doen? Ik gaf mijn naam en die van het glossy damesblad waarvoor ik destijds de autopagina volschreef. Fout codewoord! Zonder pardon werd ik weer achter het hekje gemanoeuvreerd. Zelfs mijn vrouwelijke charmes in de strijd gooien, onschuldig lachen en wat met mijn wimpers wapperen, hielp niet. Terwijl het hekje voor een van de betrolleyde autojournalisten wel met alle egards werd geopend, ondanks het feit dat de bewuste trolley rijkelijk voorzien was van de logo’s van de gulle verstrekker: SEAT.
Een paar minuten later, ik stond nog namopperend achter het hekje, begon Ferrari’s persconferentie. En werd me maar al te duidelijk dat de trolleys, bij extreme drukte, nog een andere functie hebben. In plaats van hun eigen lichaam, zetten de journalisten hun trolley dan in voor het betere wegduw- en dringwerk. De sfeer werd enigszins dreigend maar ‘t deed me ook denken aan Sinterklaasavond: vol verwachting klopt ons hart… Uiteindelijk hield de Ferrari-baas een kort praatje waarna de PR-manager een stapel brochures pakte. Dat was voor de aanwezigen blijkbaar een sein. Aan mij ging het compleet voorbij, want ik werd geplet door de naar voren gestuwde trolleys met heren eraan vast. En zag alleen nog maar wild zwaaiende armen met daaronder groteske okselzweetplekken, in te krappe overhemden geperste buiken, bloeddoorlopen ogen en behaarde neusgaten. Ook mijn andere zintuigen werden tot het uiterste getergd. Hebben die mannen ooit gehoord van Listerine? Flosdraadjes? Zeep? Deodorant? Toen de stapel na een minuutje al behoorlijk was geslonken, veranderden de gretige blikken in smekende. Een aantal mannen scandeerde hyperventilerend de titel van een tijdschrift of krant… “Wie de koek krijgt, wie de gard…”
Overigens vermoedde ik al dat er een flink aantal mannen tussen stond die niets met autojournalistiek te maken heeft. Later hoorde ik inderdaad dat die heren op verzoek wel een prachtige perskaart kunnen produceren, maar dat het hen te doen is om de brochures die in verzamelaarskringen veel geld opleveren. Zie je ze terug op marktplaats.nl… Overigens is dit door de serieuze autopers gehate verzamelaarsvolk een uitstervend fenomeen. Want de peperdure persmappen hebben plaats gemaakt voor veel minder begerenswaardige cd-rommetjes.

Om van mijn opgelopen trauma te bekomen, nuttigden we iets bij de beurskiosk waar een croissant bijna evenveel kostte als een Peugeot 206. “Wat doe jij nou?” vroeg een langslopende trolley me. “Eten” antwoordde ik gevat. “Dat moet je op de stands doen, daar is het voer gratis…”, was het antwoord. Stom, stom, stom. Wij met hem mee naar Alfa Romeo, waar ik hartelijk werd begroet door de PR-man met de woorden: “Ah, daar hebben we de postzegelkoningin”, doelend op de grootte van de autoartikelen die ik destijds schreef. Ik besloot maar weer eens lief te lachen en met mijn wimpers te wapperen. En rekte me uit voor een lekkere zalmsandwich van het buffet… Voor zover ik dat, door het oerwoud van geparkeerde trolleys, kon bereiken. Dus, ziet u komende zaterdag een vrouw met Volvo-trolley bij de Aldi, dan weet u: haar lief is autojournalist.
Maar een echte man? Nee.
Die heeft geen trolley nodig.

Tagged with: ,
6 comments on “Vrouw op een Autobeurs
  1. waar een croissant bijna evenveel kostte als een Peugeot 206.😆

    En een echte man gaat gewoon naar de Techno Classica. Daar hebben ze niet eens persmappen 😉

  2. Karel says:

    ‘Essen’ ❗ van harte aanbevolen
    http://www.siha.de/tce.php

  3. PJS says:

    Klinkt allemaal zeer herkenbaar 😉

    Premières bekijken zit er voor mij, door het hevige trek en duw-werk, niet meer in. Een uur later kan je toch veel gemakkelijker die nieuwe première fotograferen en “ruiken”.

    De automerken stappen tegenwoordig trouwens over op USB-sticks, die hebben nog minder charme dan persmapjes met CD maar daar hoef je geen trolly meer voor mee te sleuren.

  4. autoblogger says:

    Zeer herkenbaar, vooral het volk dat gaat dringen bij het uitdelen van persmappen. Dat is zo genant, ongelofelijk…
    Echte autojournalisten zijn zeer irritante en slecht-ruikende personen met trolleys, dat beeld is alvast bevestigd;)

  5. John says:

    Nogal een gefrustreerd stukje. Heb meelij met je in het zware mannenwereldje. Misschien toch maar beperken tot de Aldi en het aanrecht 😉

    • Viola says:

      Jammer dat de humor je ontgaat John. Maar jij bent waarschijnlijk zo’n man die vindt dat vrouwen geen humor hebben. 🙂

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

*